In plaats van te klagen over de duisternis, ontsteek zelf een kaars!

20/12/2019 - 20:29

Verhalen uit de bouwafdeling waar leerkracht bART Claes delegeert, dirigeert, inspireert, en corrigeert:

“Een graadsleerplan én een graadsklas bestaande uit 5 en 6 bouwtechnieken bieden heel wat mogelijkheden, vooral als je aan dezelfde groep leerlingen zowel theorie als praktijk geeft. Als je dan nog leerlingen hebt die mee willen in het verhaal dan is er heel veel mogelijk.

Een noodzakelijke voorwaarde om goede praktijklessen te kunnen geven is een ‘laboratorium’. We willen namelijk dingen onderzoeken, meten en vaststellen. We willen ook werken volgens de ‘trial en error’ methode, ervaringsgericht leren dus.

 

Net dat labo is de jaarlijkse uitdaging. Ons motto is dan ook het Chinees spreekwoord “in plaats van te klagen over de duisternis, ontsteek zelf een kaars!”

Niet alleen vormgeving, maar ook de nieuwere technieken, inzichten, materialen komen aan bod en op het schoolbord. Zo zijn onze leerlingen meteen mee met de actuele bouw(r)evolutie.

Dit jaar zag in het labo een hyperbolisch-paraboloïde het daglicht.

Een wat? hoor ik u zeggen.

Een hyperbolisch-paraboloïde. Een gigantische Pringle, zeg maar.

De hyperbolische paraboloïde is even complex als eenvoudig. Het oppervlak laat zich beschrijven met twee stelsels van rechte lijnen. De wiskunde ervan ga ik u besparen maar de vorm is gemakkelijk – dus goedkoop – uit gewapend beton of met spankabels op te trekken. Wij kozen uiteraard voor hout.

De vorm is stevig, sierlijk, watert goed af en sneeuw glijdt eraf. Daarom vindt hij toepassing in overkappingen van sportstadions (het Waterpaleis van de Olympische Spelen in Beijing of de Allianz Arena in München), treinstations of luchthavens. Ook de zogenaamde stapelchips, die in tegenstelling tot gewone chips in een mal van aardappelpuree of aardappelpoeder worden geperst, hebben steeds dezelfde identieke vorm van een hyperbolische paraboloïde.

Een hyperbolisch-paraboloïde laat zich gemakkelijk en kostenefficiënt bekleden met ETFE-folie.

Aan zo’n hyperbolische paraboloïde begin je niet zomaar. Er gaat heel wat hersenbreken aan vooraf. De ontmoetingen en verbindingen van de balken worden eerst in een maquettestudie uitgewerkt. Dat bleek geen overbodige luxe.

Als wandelementen herbruikten we enkele houtskeletelementen – die gewoon verschijnen in een nieuwe compositie – uit een demowoning van Ecohuis. Hier duikt het circulaire aspect van onze bouwfilosofie op.

Van alle elementen wordt een inventaris gemaakt, zowel van de maatvoering als van de toepassing. De  technische eigenschappen worden bijgehouden en de elementen worden enkel geschroefd, wat  demontage toelaat zonder veel schade. Onze bouwfilosofie berust meer en meer op het BIM-principe (Bouw Informatie Model) en afbreken is een woord dat amper nog in ons vocabularium voorkomt.

Omdat het enkel om structurele binnenwanden gaat, worden er ook vier verschillende gevelfragmenten gebouwd, elk met een eigenheid én ontmoeting van twee aan twee toepassingen.

Eén gevel wordt afgewerkt met hout, daarvoor ontwikkelen we eigen klemmetjes waardoor de planken integraal en zonder schade kunnen worden herbruikt. De aangrenzende muur wordt uitgevoerd in een claustra-verband waarvoor we “weesjes” uit het magazijn gebruiken.

Om helemaal mee te zijn met ‘urban greening’, bouwen we een groene gevel waarvan de exclusieve “plantboxen” in eigen huis worden ontworpen, bekist en gegoten. Later volgt nog een recyclagetuin met flessen en druppelpomp gekoppeld aan de hemelwatervergaring van het dak…

Wat we aan zaagresten overhouden herwerken we in een zitelement, waarbij de balkjes door en door worden verbonden met draadstangen en niet worden gelijmd want ook hier staat demontage voorop.

Het circulaire verhaal is een oud verhaal dat bij ons terug springlevend is. Nog niet zo lang geleden was men veel inventiever en minder ‘verspillend’. In ons labo zoeken we die traditie weer actief op.

De brug naar ons nieuw project met Case Design is niet echt ver te zoeken.”

Wordt vervolgd.